
29 dec Dit verandert er in 2026: overzicht van belangrijke wetswijzigingen
Geplaatst op 13:27h
in Geen categorie
Met de komst van 2026 verandert er opnieuw veel op het gebied van arbeidsrecht, loon, huisvesting en handhaving. De NBBU zette de belangrijkste wetswijzigingen op een rij.
- Nieuwe NBBU-cao voor uitzendkrachten
Per 1 januari 2026 treedt de nieuwe NBBU-cao voor Uitzendkrachten in werking. De belangrijkste wijziging is de invoering van volledig gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten. Daarmee verandert de positie van uitzendkrachten ingrijpend, met gevolgen voor loon, toeslagen en overige arbeidsvoorwaarden. De NBBU biedt op haar website uitgebreide toelichting, hulpmiddelen en wekelijkse updates om organisaties te ondersteunen bij de invoering van de nieuwe cao. - Nieuwe bedragen voor huisvestingskosten (PKS)
Ook wijzigen per 1 januari 2026 de maximale bedragen die via het PKS-systeem in rekening mogen worden gebracht bij uitzendkrachten voor huisvesting. Deze bedragen worden verwerkt in een vernieuwde PKS-rekentool, die vanaf 1 januari beschikbaar is via de NBBU. - Wettelijk minimumloon omhoog
Het wettelijk minimumloon stijgt per 1 januari 2026 naar 14,71 euro per uur voor werknemers van 21 jaar en ouder. Ook de minimumjeugdlonen worden aangepast. Zo gaat het uurloon voor 20-jarigen naar 11,77 euro (en 9,05 euro voor BBL’ers), met lagere bedragen voor jongere leeftijdsgroepen. - Wijzigingen in loonkostenvoordelen (LKV)
Het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers (55+) vervalt per 1 januari 2026 voor dienstverbanden die op of na 1 januari 2024 zijn gestart. Voor oudere werknemers die vóór die datum in dienst zijn gekomen, blijft het voordeel bestaan. Tegelijkertijd wordt het LKV banenafspraak structureel. De maximale looptijd van drie jaar vervalt en werkgevers behouden recht op het voordeel zolang de werknemer in het doelgroepregister staat en het dienstverband voortduurt. De huidige doelgroepverklaring wordt afgeschaft. - Compensatie transitievergoeding mogelijk beperkt
Het is nog niet definitief, maar werkgevers doen er goed aan hier rekening mee te houden. Vanaf 1 juli 2026 zou de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid alleen nog gelden voor kleine werkgevers (minder dan 25 fte). - Einde ‘zachte landing’ bij handhaving schijnzelfstandigheid
De coulanceperiode bij de handhaving op schijnzelfstandigheid loopt af op 31 december 2025. Vanaf 2026 kan de Belastingdienst naast naheffingen ook boetes opleggen aan opdrachtgevers die zzp’ers inzetten voor werk dat feitelijk in loondienst hoort te worden uitgevoerd. Daarmee nemen de risico’s voor opdrachtgevers en intermediairs toe. Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat het kabinet nog een jaar langer wacht met het volledig handhaven van de wet tegen schijnzelfstandigheid. Wet VBAR: nog onzeker
De Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) heeft als beoogde ingangsdatum 1 juli 2026, maar is nog niet aangenomen door de Tweede Kamer. De wet moet meer duidelijkheid geven over wanneer sprake is van werknemerschap of zelfstandigheid en introduceert een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief lager dan 36 euro.
Door de politieke situatie is de behandeling onzeker. Ook een mogelijk alternatief in de vorm van een Zelfstandigenwet bevindt zich nog in een zeer vroeg stadium. - Hoger btw-tarief op logies
Vanaf 1 januari 2026 stijgt het btw-tarief op logies van 9 naar 21 procent. Deze maatregel, opgenomen in het Belastingplan, raakt onder meer de gastvrijheidssector en andere sectoren die huisvesting aanbieden. Volgens het kabinet levert dit de overheid jaarlijks ruim 2,3 miljard euro op. - Versobering ETK-regeling
Tot slot wordt de extraterritoriale kostenregeling (ETK) versoberd. Vanaf 2026 mogen werkgevers extra kosten voor levensonderhoud van werknemers onder deze regeling niet langer onbelast vergoeden. Het gaat onder meer om kosten voor gas, water en licht, ook als deze zijn inbegrepen in huisvesting, en om kosten voor contact met familie in het land van herkomst.De regeling blijft alleen gelden voor kosten die direct samenhangen met het werk in Nederland en die niet al in het loon zijn verdisconteerd.
Meer weten? Ga naar de website van de NBBU.
